Toespraak burgemeester dodenherdenking 2026

We zeggen vaak dat de tijd snel gaat.
En dat we het verleden moeten kennen om de toekomst te begrijpen.
Het zijn bijna vanzelfsprekende gedachten.

Maar de tijd waarin we nu leven voelt anders.
Minder rustig. Minder voorspelbaar.
Alsof hij niet meer eenvoudig vooruitloopt.

Ooit dachten we dat er een stip aan de horizon lag.
Een belofte dat morgen beter zou zijn dan vandaag.
Dat vooruitgang bijna vanzelfsprekend was.

Nu lijkt die horizon minder vast.

Alsof wat we achter ons waanden, ineens weer naast ons staat.
Alsof verleden en heden door elkaar heen schuiven.

En in zo’n tijd kun je gemakkelijk de koers verliezen.

Dan wordt het des te belangrijker om te weten wat ons richting geeft.
Wat blijft staan als alles beweegt.

Voor ons is dat onze democratie.
Niet als iets dat vanzelf spreekt,
maar als een kompas.
Als iets dat houvast biedt wanneer de wereld onrustig wordt.

En juist daarom komen wij hier samen.

In stilte.

Die stilte van 4 mei is meer dan het ontbreken van geluid.
Het is een leegte.
Het is een ruimte.

Een ruimte voor herinnering.
Voor respect.
Voor het besef dat vrijheid nooit vanzelf spreekt.

Maar juist in die stilte gebeurt iets wezenlijks.

Daar ordenen wij onze gedachten.
Daar luisteren wij naar ons geweten.
Daar voelen wij wat woorden soms niet kunnen dragen.

De stilte spreekt waar woorden tekortschieten.

Wij denken aan de mensen die hun leven verloren.
Aan hen die vochten, leden, verdwenen.
Aan gezinnen die nooit meer compleet werden.
Aan levens die niet verder mochten groeien.

Hun afwezigheid is nog altijd aanwezig.

Hun namen zijn misschien stil geworden,
maar hun betekenis niet.

Wij staan hier omdat hun geschiedenis de grond onder onze voeten vormt.
Omdat hun offers het begin waren van het leven dat wij nu als vanzelfsprekend ervaren.

Meer dan tachtig jaar vrede.
Vrijheid om te spreken.
Vrijheid om te geloven.
Vrijheid om te verschillen.

Dat alles begon niet bij vanzelfsprekendheid,
maar bij verlies.

En toch vraagt deze dag méér dan alleen herdenken.

Want stilte mag geen onverschilligheid worden.
Geen wegkijken.
Geen neutraliteit.

Herdenken is niet alleen terugkijken.
Het is ook beseffen wat er vandaag van ons wordt gevraagd.

De geschiedenis leert ons dat ontsporingen zelden beginnen met geweld.

Ze beginnen kleiner.

Met taal, met woorden.

Met zinnen die achteloos lijken.
Met grappen die niemand corrigeert.
Met taal die mensen kleiner maakt dan ze zijn.

Woorden kunnen langzaam verharden.
Kunnen groepen tegenover elkaar zetten.
Kunnen het ondenkbare voorstelbaar maken.

Zo kan taal de weg vrijmaken voor uitsluiting, voor onrecht, voor geweld.

Misschien begint verantwoordelijkheid daarom wel heel eenvoudig:
met zorgvuldig spreken.
Met woorden die niet verdelen, maar dragen.
Met taal die menselijkheid bewaart.

Met taal die langzaam verschuift.
Met ideeën die eerst onschuldig lijken.
Met zinnen die zich herhalen, tot ze gewoon worden.
Tot wat ooit ondenkbaar was, ineens bespreekbaar wordt.
En wat bespreekbaar werd, vanzelfsprekend.

Zo verschuiven grenzen.

Niet in één klap.
Maar stap voor stap.
Bijna ongemerkt.

Door gewenning.
Door pragmatische keuzes.
Door het idee dat iets ‘’nog net kan’’.

Tot we achteraf zeggen:
hier ligt de grens.
Hier hadden we moeten spreken.

Achteraf is morele helderheid eenvoudig.

Dan weten we precies wat goed was en wat fout.
Dan lijken keuzes helder.

Maar in het moment zelf is het zelden zo duidelijk.

Dan is er twijfel.
Dan zijn er belangen.
Dan is er vermoeidheid.
Dan is er de verleiding om te denken: laat maar.

Juist daarom vraagt vrijheid om waakzaamheid.
En om verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid nemen is kosteloos.
Het vraagt om moed.
Soms ongemak.
Soms het risico om alleen te staan.

Zwijgen lijkt veiliger.

Maar zwijgen is nooit neutraal.

Wie niets zegt, kiest ook.
Wie wegkijkt, beslist ook.

Misschien is wijsheid wel dit:
het onderscheid leren maken tussen wat we moeten verdragen,
en wat we niet mogen laten gebeuren.

Dat onderscheid is zelden luid.
Vaker is het klein en menselijk.

Het zit in woorden die zorgvuldig worden gekozen.
In grenzen die rustig maar duidelijk worden getrokken.
In het besef dat democratie niet alleen een systeem is,
maar een dagelijkse praktijk.

Misschien is dat wel de meest stille vorm van democratie.
Niet luid.
Niet ideologisch.
Maar menselijk.

Niet in zwart en wit.
Niet in tegenstellingen.
Maar in de kleuren van het hart.

Ook hier, in onze streek, zien we dat elke dag.
Gemeenschapszin niet als groot woord, maar als gewoonte.

Mensen die elkaar vinden, juist wanneer er verschillen zijn.
Omdat er uiteindelijk meer is dat ons bindt dan dat ons scheidt.

Dat is geen politiek gebaar.
Dat is menselijkheid.

En misschien begint verantwoordelijkheid precies daar.

Niet bij grote toespraken.
Maar bij kleine daden.

Niet bij gelijk krijgen.
Maar bij samenleven.

Die verantwoordelijkheid ligt bij ons allemaal.
Bij inwoners, verenigingen, vrijwilligers – en ook bij ons die het ambt mogen dragen.

En terwijl wij hier staan, groeit ook een ander besef.

Dat wat wij vandaag hebben, ons niet zomaar is toegevallen.

Dat het mogelijk is gemaakt.

Door mensen die hun toekomst opgaven, zodat wij de onze konden hebben.
Door mensen die betaalden met hun vrijheid, hun veiligheid, hun leven.

Meer dan tachtig jaar later dragen wij nog altijd de vruchten van hun moed.

Dat wij nu in vrijheid kunnen spreken.
Dat wij onze kinderen zonder angst kunnen laten opgroeien.
Dat wij mogen verschillen van mening zonder elkaar te verliezen.

Dat alles is ons toevertrouwd.

Niet als bezit.
Maar als opdracht.

Alsof zij het ons in handen hebben gelegd, met de stille vraag: zorg ervoor.

Zorg ervoor dat het blijft.

Dat besef stemt niet alleen tot waakzaamheid.
Het stemt ook tot dankbaarheid.

En juist uit die dankbaarheid groeit verantwoordelijkheid.

Want de alternatieven kennen we.
Die hebben een naam.
Die hebben een geschiedenis.
En die geschiedenis willen we nooit meer hoeven herhalen.

Daarom mogen we niet onverschillig worden wanneer democratisch besef afbrokkelt.
Wanneer woorden verharden.
Wanneer mensen tegenover elkaar komen te staan.

Dan vraagt onze tijd niet om lawaai, maar om helderheid.
Niet om geschreeuw, maar om moed.

Om mensen die durven spreken wanneer dat nodig is.
En handelen wanneer zwijgen niet langer kan.

Want vrijheid is geen bezit.
Vrijheid vraagt zorg.
Aandacht.
Onderhoud.
Zoals alles wat kwetsbaar en waardevol is, moet zij worden verzorgd.

Elke generatie krijgt haar niet cadeau,
maar in bruikleen.

En elke generatie moet opnieuw besluiten wat zij ermee doet.

Vandaag, in deze stilte, voelen we dat misschien scherper dan ooit.

Dat herdenken ook vooruitdenken is.
Dat respect voor het verleden ons verantwoordelijk maakt voor de toekomst.

Dat de namen van toen ons iets vragen in het nu.

Niet luid.
Maar duidelijk.

Dat wij waken.
Dat wij spreken wanneer het moet.
Dat wij zorgen voor elkaar.
Dat wij mens blijven.

Zodat wie na ons komen, ook in vrijheid kunnen leven.

En zodat zij, wanneer zij hier ooit staan,
kunnen zeggen dat wij onze verantwoordelijkheid hebben genomen.

In stilte.
En waar nodig, met stem.

Burgemeester Christine van Basten-Boddin

Deze toespraak is geschreven door Ludo Diels.