Per 1 december 2020 gaat de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 voor de komende drie maanden in. Daarmee komt een eind aan de noodverordeningen zoals die de afgelopen maanden door veiligheidsregio’s werden afgekondigd. In deze noodverordeningen stonden de specifieke regels die in het kader van de bestrijding van COVID-19 golden. Met de invoering van de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 worden deze regels nu officieel vastgelegd in wetgeving en krijgen de Tweede en Eerste Kamer meer betrokkenheid. Daarnaast brengt de wet brengt een aantal nieuwe wijzigingen met zich mee. Welke dat zijn, leest u hieronder.

Mondkapje verplicht in publieke ruimtes

Per 1 december wordt het verplicht een mondkapje te dragen in publieke ruimtes. Het mondkapje is vanaf dan verplicht voor iedereen van 13 jaar en ouder in onder andere winkels, musea, restaurants en theaters. Voor deze en andere maatregelen is gekozen, omdat we het coronavirus samen onder controle willen krijgen.

Zingen in groepsverband

Als gevolg van de nieuwe wet wordt het verbod op zingen en schreeuwen in groepsverband wordt per 1 december omgezet in een dringend advies om niet in groepsverband te zingen of te schreeuwen. Reden hiervoor blijft dat zingen en schreeuwen een bron van besmettingen zijn, ook als mensen de coronamaatregelen goed in acht nemen. Dat betekent dat wordt afgeraden om in groepsverband te schreeuwen of te zingen in koren of om met meerdere mensen naar zangles te gaan. Uitzondering daarop zijn kinderen tot en met 12 jaar.

Huishouden wordt hetzelfde adres

Tot nu toe is het zo dat mensen onderling 1,5 meter afstand moeten houden, tenzij ze een huishouden delen. Vanaf 1 december komt in de nieuwe tijdelijke wet het begrip huishouden te vervallen. Vanaf dan geldt: woon je op hetzelfde adres? Deel je een voordeur? Dan hoef je onderling geen afstand te houden. Deze wijziging maakt handhaving door politie, boa’s en andere handhavers eenvoudiger.

Meer inspraak in besluitvorming

De wet heeft ook gevolgen voor de besluitvorming. Maatregelen worden niet langer op aanwijzing van de minister van VWS neergelegd in noodverordeningen. Als het kabinet maatregelen voorstelt om het coronavirus tegen te gaan, moeten die worden omschreven in een ministeriële regeling. Deze regeling moet vervolgens worden voorgelegd aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Dat geeft het parlement de gelegenheid om de voorgestelde maatregelen goed te bestuderen en daarover debat te voeren met de betrokken ministers. Nieuwe maatregelen gaan volgens de nieuwe wet daarom niet eerder in dan een week nadat ze aan het parlement zijn toegestuurd. Als de Tweede Kamer tijdens die week besluit om niet met de regeling in te stemmen, vervalt deze automatisch en treedt zij dus niet in werking. Bij acuut gevaar voor de volksgezondheid is het mogelijk om een spoedprocedure te volgen. Dan treedt de ministeriële regeling direct in werking en vervalt de regeling automatisch, als de Tweede Kamer besluit om er niet mee in te stemmen.

Meer informatie?

Kijk op de website van de Rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/nederlandse-maatregelen-tegen-het-coronavirus/coronawet-vervangt-noodverordeningen