Pagina opties

Groter
RSS

Toespraak Dodenherdenking gemeente Beek 2019 (06-05-2019)

Dit item is verlopen op 06-06-2019.

Door Burgemeester Christine van Basten-Boddin:

Ik had een droom. Een nachtmerrie die benauwde en angst aanjoeg. Beelden van de Markt in Beek doemen op. Donker, guur en koud. Het geluid van soldatenlaarzen in het gelid op het asfalt. Bevelen klinken.

Op de Markt is een groep mensen samengedreven. 25, 30 personen. Mannen, vrouwen, kinderen. Jong en oud. Van alle leeftijden. Verdwaasd, verloren, bang, koukleumend. Ze lijken zo uit hun huis geplukt. Zonder jassen, sjaals, of handschoenen. Huilende kinderen in pyjama.

Ze zijn omringd door soldaten. Lachend. Het geweer in aanslag.

Doodsangst en radeloosheid tekenen zich af op de gezichten van de mensen die naar de Markt zijn afgevoerd. Eén vraag lijkt op hun voorhoofd geschreven: waarom? Wat hebben we verkeerd gedaan?

Een schok. Ik ken iedereen uit die groep.

Ik zie dat alleraardigste homostel met hun zoontje. Chirurg en leraar en maatschappelijke duizendpoten.

Ik zie dat echtpaar uit Syrië dat al jaren in Beek woont en zoveel vrijwilligerswerk doet. Ik zie hoogbejaarde Beekenaren die de gemeente hebben opgebouwd, zoals ze nu is.

Ik zie kinderen met een handicap.

Ik zie mensen die in Beek in de politiek actief zijn.

En ik zie dat gezin uit Oeganda met hun drie dochtertjes met van die gitzwarte krulletjes. Al jaren ingeburgerd. De meisjes stalen vorig jaar de show tijdens het kerstconcert op de basisschool.

De nachtmerrie schotelt me alle verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog voor. Maar de slachtoffers komen uit de wereld van vandaag.

De groep Beekenaren op de Markt wordt nu doelwit van zinloos geweld en vernedering.

De beelden worden onmenselijk. Zoals zoveel beelden uit de Tweede Wereldoorlog voor verbijstering en onmacht zorgen.

Kinderen worden gescheiden van hun ouders, vrouwen van hun mannen. Allochtone en anders gekleurde Beekenaren moeten bij elkaar.

Net als de ouderen.

Nieuwe bevelen. Transportauto’s rijden voor. De geselecteerde groepjes worden opgeslokt in de laadruimtes. Nog één keer klinkt gehuil en roepen kinderen om hun ouders.

Het transport verdwijnt in de duisternis. Lost op in het niets. Voor altijd.

En het wordt stil op de Markt.

Mijn nachtmerrie zorgt voor tranen, verdriet en angstzweet. Maar als de boze droom voorbij is, volgt de opluchting.

Het besef: wij zijn vrij.

De realiteit: wij hebben vrijheid.

Vrijheid die we moeten beschermen, koesteren en omhelzen.

Waarom maak ik u deelgenoot van deze nachtmerrie, waarin beelden van de Tweede Wereldoorlog geprojecteerd zijn in het nu?

Ook nu laat de samenleving bevolkingsgroepen links liggen. Ook nu neemt de samenleving bevolkingsgroepen niet aan de hand mee. En ook nu worden bevolkingsgroepen met de nek aan gekeken. Vanwege hun seksuele geaardheid of religie. Migranten. Mensen met een donkere huidskleur.

We kunnen het ons eigenlijk niet meer voorstellen. Oorlog in Nederland. Rassenhaat. Deportaties. Dat kan niet. Dat is ondenkbaar. Maar de geschiedenis leert dat oorlogen als een ongeneeslijke kanker zijn. Ze zijn niet uit te roeien en komen telkens weer terug. Morgen. Volgend jaar. Over vijf of 25 jaar. Veraf, maar ook dichtbij.  In Oost-Europa bijvoorbeeld.

Ook daarom mogen we niet vergeten. Mogen we nooit meer vergeten. Zouden we elke dag moeten herdenken. Uit respect. Maar ook uit voorzorg. Het immense geluk van vrijheid lijkt bijna 75 jaar na de bevrijding vanzelfsprekend. Iets van alledag. Maar dat is het niet.

Geweld, discriminatie en haat steken telkens weer de kop op. Daarom is het zo belangrijk om zelf solidariteit en tolerantie te tonen. Het goede voorbeeld te geven. Menselijkheid te tonen en zij die anders zijn niet te veroordelen en bij voorbaat buiten te sluiten. Zo’n houding en het blijven vertellen van het verschrikkelijke verhaal van die inktzwarte periode van 1940 tot 1945 bieden extra houvast en zijn bakens voor het behoud van onze vrijheid.

Het verjagen en afvoeren van mensen in de Tweede Wereldoorlog behoorde gewoon tot de alledag. Het gebeurde in vrijwel alle dorpen en steden. Ook in Beek zijn inwoners uit hun huis gesleurd en gedeporteerd. Joden en Sinti. Zomaar. Omdat ze van een ander ras waren. Of een andere religie hadden.

Vanavond herdenken wij. Alle slachtoffers. In heel Nederland. Slachtoffers die omgekomen of vermoord zijn in de Tweede Wereldoorlog en  slachtoffers van oorlogen en vredesmissies daarna. Burgers en militairen. Velen gaven hun leven voor onze vrijheid. Wij herdenken allen, burgers en militairen. Ook overzee. Ze werden gedood in de strijd, in het verzet, door vervolging of uitputting, door oorlogsgeweld of dwangarbeid.

We herdenken samen. Met ons allen. Want alleen samen staan we sterk om herhaling van oorlogsgruwelen, zoals tussen 1940 en 1945, te voorkomen.

Zonder verleden vervaagt het heden en verdwijnt de toekomst. Zonder verleden geen houvast, geen lessen, geen ankers en geen normen en waarden in het heden.

Inmiddels is het bijna 75 jaar geleden dat Beek en overige delen van Limburg bevrijd zijn. Driekwart eeuw. Dat is een generatie. Een mensenleven. De herinnering aan het verleden vervaagt. De laatste getuigen van de gruwelen overlijden.

Slechts enkelen dragen, vaak letterlijk en figuurlijk, nog de littekens van die gitzwarte periode van de Tweede Wereldoorlog met zich mee. Maar dat mag niet leiden tot schouderophalen en onverschilligheid.

Juist daarom is het zo verschrikkelijk belangrijk dat we die confrontatie met dat verleden blijven aangaan. Het verhaal blijven vertellen en zichtbaar maken. Gewoon aan tafel, in boeken, beelden en grote en kleine monumenten.

Confrontaties met het verleden die respect, bewondering, pijn, verdriet, gemis, leegte, berouw en misschien ook schaamte opleveren.

Een vraag die vaak bij me opdoemt: Wat zou ik in die Tweede Wereldoorlog hebben gedaan? Deelnemen aan het verzet en daarmee mijn leven en dat van al mijn naasten in gevaar brengen? Of gewoon wegkijken en hopen dat de bezetter ons niets aandoet. En wat zou u hebben gedaan? Overeind blijven, struikelen, of erger nog vallen?

Struikelen over ons verleden is dit jaar het thema van de dodenherdenking in Beek. Niet alleen symbolisch maar ook letterlijk. De deportatie van Joden en Sinties heeft immers plaatsgevonden in onze samenleving. Een samenleving die in de Tweede Wereldoorlog gedomineerd werd door geweld, terreur en willekeur. Een samenleving waarin grote groepen mensen zomaar uitgebannen, gedeporteerd en vermoord konden worden. Dat vraagt om bezinning en zelfreflectie. Want vrijheid begint altijd bij jezelf.

Beek heeft er recent zeven plekken bijgekregen om te herinneren en respect te tonen aan onze oorlogsslachtoffers. Struikelstenen. Klein, maar met een grote impact. Ze confronteren ons met de Joden- en Sinti slachtoffers in Beek. De stenen vermelden de namen van de families Borgen-Hertz, de familie Hessling-Hertz, de kinderen Meijers, de familie Van der Horst, de familie Benedik en de familie Franz.

De kracht van de struikelstenen is tastbaar en zichtbaar. Ze vereisen een buiging en dwingen daarmee respect af. Respect dat alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog voor altijd blijven verdienen. Ook de vele bevrijders die hun leven voor ons opofferden.

Samen moeten we ervoor zorgen dat die slachtoffers blijven voortleven. In onze ziel en onze harten. In ons leven en het leven van onze kinderen en kleinkinderen. Door woord en gebaar, door confrontatie, door eerbetoon  en ja…ook struikelingen.

De slachtoffers verdienen het.

Want zij werden beroofd van hun leven en gaven hun leven, opdat wij vandaag in vrijheid kunnen leven.

Foto: Annemiek Mommers.